De Leidse bed-, bad- en broodvoorziening (BBB) is bijna een jaar dicht. Een nieuwe opvang in Rotterdam zou toekomstperspectief bieden, zei de Leidse wethouder Marleen Damen (PvdA/welzijn). Dat bleek niet het geval.

Door Yara van Buuren, Micha Peters en Marlies Rothoff

De opvang in Leiden werd gesloten toen het Rijk een proef begon die een alternatief moest bieden voor de bed-, bad- en broodregeling: een Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Vijf van de dertig ongedocumenteerden en uitgeprocedeerde asielzoekers in Leiden meldden zich voor die opvang in Rotterdam. Eén van hen werd bij de deur al geweigerd, twee anderen waren na een half jaar terug in Leiden. De andere bewoners van de Leidse opvang kozen ervoor de stad niet te verlaten. Sinds de sluiting, midden in de coronacrisis, ontbreekt het de ongedocumenteerden in de stad aan een vaste verblijfplaats.

We spreken er een paar in Diaconaal centrum De Bakkerij aan de Oude Rijn in Leiden. Ze dragen allemaal een mondkapje en houden netjes anderhalve meter afstand. Bij het uitdelen van de voedselbonnen in het Leidse diaconaal centrum worden verschillende talen door elkaar gesproken.

Al zitten de betrokkenen in een uitzichtloze situatie, er wordt toch gelachen. De meesten wonen langer dan tien jaar in Leiden. Omdat ze geen verblijfsvergunning hebben, mogen ze niet werken en hebben ze geen recht op een woning. Sinds de sluiting van de opvang aan het Maansteenpad zijn de meesten van hen aangewezen op de steun van hulporganisaties in de stad. Die voorzien de groep van boodschappen, geven juridische ondersteuning en helpen bij het vinden van onderdak.

De Nederlandse overheid heeft de plicht om de uitgeprocedeerde asielzoekers van hun basisbehoeftes te voorzien, bleek in 2015 uit een uitspraak van het Europese Hof. Dat constateerde dat ongedocumenteerden in Nederland in extreem ’hulpeloze situaties’ belandden, doordat ze geen onderdak kregen. Veel gemeenten begonnen toen tegen de zin van het Rijk met een basisopvang, ook wel bekend als de ’bed-, bad- en broodopvang. Het Rijk begon in 2019 een proef met een nieuwe vorm van opvang. Er kwamen Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen in Eindhoven, Amsterdam, Utrecht, Groningen en Rotterdam.

Oplossing

De ’Leidenaren’ hebben verschillende redenen om niet naar Rotterdam te willen. In Rotterdam wordt volgens de gemeente Leiden gewerkt aan het toekomstperspectief van de ongedocumenteerden. In de praktijk zijn alleen vreemdelingen die kans maken op een verblijfsvergunning of die kunnen terugkeren naar hun land van herkomst er welkom. De opvang in Rotterdam streeft ernaar binnen een half jaar een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan wordt de opvang beëindigd en zijn mensen weer op zichzelf aangewezen.

Een aantal van de Leidse ongedocumenteerden woont al langer in Nederland dan in het land van herkomst. Muntaga was 14 jaar toen hij uit Sierra Leone naar Nederland kwam en woont hier nu twintig jaar. In Sierra Leone heeft hij geen contacten meer en hij ziet niet hoe hij daar veilig een bestaan kan opbouwen. Zijn dossier is al vaak bekeken, maar dat heeft nog altijd niet tot een oplossing geleid. „Waarom zou ik naar Rotterdam gaan als ik na zes maanden weer buiten sta”, zegt hij. „Ik ben liever hier buiten, dan in een vreemde stad.”

Ook organisaties die betrokken zijn bij de nieuwe vreemdelingenopvang zijn ontevreden. Maarten Goezinnen, algemeen coördinator van het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt: „Overheidsinstanties lijken niet te willen inzien dat de vreemdelingenopvang geen oplossing biedt. Voor een grote groep ongedocumenteerden is zowel verblijf als vertrek geen optie.” Wethouder Damen geloofde wel dat de nieuwe opvang uitkomst zou bieden voor de Leidse ongedocumenteerden.

De gemeente Leiden stond voor een grote bezuinigingsopgave, de nieuwe opvang in Rotterdam zou de kosten in Leiden drastisch verminderen. Damen zag ook een belangrijk inhoudelijk argument. „Het is goed dat ongedocumenteerden een bed hebben en leefgeld, maar wat heb je dan voor leven? Je creëert een soort stilstaand water voor deze groep. We dachten dat de nieuwe opvang een mooi alternatief kon zijn om ze verder te helpen. Daarbij zouden ze optimaal begeleid worden bij de overstap naar Rotterdam.”

Toen op 1 mei de opvang in Leiden dicht ging, hadden zeven bewoners nog geen alternatieve verblijfplaats gevonden. Eén van hen, Braima, vertelt hoe zij op de dag van de sluiting hoopten een slaapplaats te krijgen bij de gewone daklozenopvang. „We dachten: dat is voor alle daklozen. Maar de wethouder stuurde een brief waarin stond: niemand van de bed-, bad- en broodopvang kan daar terecht. Wij moesten buiten blijven.” Andere bewoners hadden aangegeven opvang in hun eigen netwerk te kunnen regelen.

Noodopvang

Meneer Khan ging wel naar Rotterdam. Na een half jaar bleek dat er geen oplossing voor hem was. Op dat moment ging het niet goed met hem. „Maar het maakte ze niet uit dat ik hartklachten had, ik ben gewoon op straat gezet.” Hij klopte aan bij de Paulus Kerk in Rotterdam. Daar zagen ze direct dat hij medische hulp nodig had. Binnen een week werd hij geopereerd. Nadat hij was hersteld, wilde Khan niets liever dan terug naar zijn vertrouwde omgeving. Maar door de sluiting van de opvang in Leiden had hij geen plek meer om naartoe te gaan. De gemeente Leiden besloot hem niet aan zijn lot over te laten. Op dit moment verblijft Khan in een door de gemeente gesteunde noodopvang in Leiden, die onderdak biedt aan vier medisch kwetsbare ongedocumenteerden. De hulporganisaties bleven steeds rapporteren over de problemen rond de sluiting. Ze zijn blij dat de gemeente met noodoplossingen komt en hopen dat de gemeente daarmee doorgaat.

Braima

Braima is een opgewekte man. Hij is geboren in Guinee-Bissau, maar die woont nu alweer zestien jaar in Nederland. Guinee-Bissau heeft een autoritaire regering en de recente geschiedenis van het land is een aaneenschakeling van staatsgrepen. Door Amnesty International wordt regelmatig meldingen gemaakt van bedreiging, mishandeling en ontvoering van politici. Braima reisde elf keer naar de ambassade van Guinee-Bissau in Brussel om zijn verhaal bevestigd te krijgen Braima vertelt dat hij het land destijds als politieke vluchteling heeft verlaten en dat het voor hem niet veilig is om terug te keren naar Guinee-Bissau. Toch lukt het hem niet om in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen. Hij reisde maar liefst elf keer naar de ambassade van Guinee-Bissau in Brussel om zijn verhaal bevestigd te krijgen.

Hij vertelt dat hij een verklaring heeft van het ministerie van Binnenlandse Zaken van Guinee-Bissau, maar dat het hem toch niet lukt om te bewijzen dat hij de nationaliteit van zijn land van herkomst heeft. Zo kwam hij vast te zitten tussen hier en daar en om deze reden verbleef hij vier jaar in de opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers in Leiden. Na de sluiting van deze opvang had Braima moeite met het vinden van een verblijfplaats. Zowel de hulporganisaties als de Leidse inwoners zagen dat voor mensen als Braima hulp nodig was. Zo ontstonden verschillende initiatieven, waaronder het COOL, het Comité Opvang Ongedocumenteerden Leiden. Dat draagt op dit moment de verantwoordelijkheid voor de noodopvang, waar nu zowel Braima als meneer Khan in verblijven.

Lamarana

Lamarana’s ogen staan serieus wanneer hij vertelt dat de sluiting van de Leidse opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers iedereen in een lastige situaties heeft gebracht. Lamarana komt uit Burundi, is 35 jaar en kan zichzelf aardig redden. Hij zag dat veel andere ongedocumenteerden geen plek konden vinden om te slapen. Zelf kon hij bij vrienden wel onderdak regelen.

Toch heeft ook hij het niet makkelijk. Door de coronacrisis zijn veel baantjes weggevallen. Het is vooral mentaal erg zwaar om de hele dag niets te kunnen doen, vertelt hij. Tegelijkertijd is Lamarana erg dankbaar voor wat hij allemaal wél heeft. In de twaalf jaar dat hij in Leiden woont, is hij vader geworden van drie kinderen. Dankzij zijn eigen netwerk heeft hij onderdak gevonden en het is ook dat netwerk dat hem op de been houdt.

Zijn sociale situatie is de reden dat hij niet naar Rotterdam wilde vertrekken. Het is voor hem belangrijk om in contact te kunnen blijven met zijn familie. Nu de opvang is gesloten en de baantjes schaars zijn geworden, is Lamarana afhankelijk geworden van de voedselbonnen van De Bakkerij. Toch hoopt hij snel weer zelf aan de slag te kunnen. ,,Als je blijft werken, voorkom je mentale problemen.’’

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Yara van Buuren
Als beginnend onderzoeksjournalist duikt Yara van Buuren graag in verschillende onderwerpen. Het liefst brengt ze deze verhalen via podcasts over naar het grotere publiek. Zo hoopt ze door waarheidsvinding bij te dragen aan een meer rechtvaardige wereld.